Esschert Design Voederhanger, voederstation met vier haken voor tuinvogels
Heb je een vetbolhouder, een pindasilo en een pot vogelpindakaas, maar geen tak om ze allemaal aan te hangen? Een voederhanger geeft je die plek. De Esschert Design Voederhanger is een voederstation met vier enkele haken waaraan je volgens de leverancier verschillende voederartikelen hangt: silo's, vetbolhouders, mezenbollen of een pindanetje. Zo maak je van een losse verzameling houders één vaste voederplek. De voederhanger is bedoeld voor wilde tuinvogels zoals mezen, mussen, vinken en spechten, het hele jaar door.
Hoe werkt zo'n voederstation?
Je zet of hangt het station op een vaste plek in de tuin en hangt aan elk van de vier haken een ander voederartikel. De vogels leren die ene plek kennen en vinden daar zaad, vet en pinda's naast elkaar. Voor jou is het praktisch: je vult alles op één plek bij en hoeft niet de hele tuin door. Omdat elk artikel aan een eigen haak hangt, zitten de vogels elkaar minder in de weg dan wanneer alles aan één tak bungelt.
Wat hang je aan de vier haken?
Een combinatie die verschillende vogels aantrekt werkt het best. Bijvoorbeeld:
-
Een zaadsilo met zonnebloempitten of strooivoer voor mezen, vinken en mussen
-
Een vetbolhouder of een paar mezenbollen zonder net voor mezen en spechten
-
Een pindasilo of pindanetje met ongezouten pinda's voor mezen en boomklevers
-
Een pot vogelpindakaas in een houder, of een vetblok in een birdcakehouder
Wissel het aanbod per seizoen: vetvoer in de koudste maanden, meer zaad en pinda's als het zachter wordt. Let op het gewicht; een gevulde silo is zwaarder dan een mezenbol, dus verdeel zware artikelen over de haken.
Waar zet je het station neer?
Op een rustige, liefst beschutte plek met een boom of heg op een paar meter afstand, zodat vogels een veilige aanvliegroute hebben. Zorg dat de haken op ongeveer 1,5 tot 2 meter hoogte hangen en dat een kat er niet vanaf een schutting, tuinmuur of tuinmeubel bij kan. Houd ook afstand tot dichte struiken waarin een kat kan wachten. Een plek die je vanuit huis ziet, is voor jou het leukst; houd wel wat afstand tot grote ramen.
Wanneer gebruik je het voederstation?
Het hele jaar door, met het zwaartepunt van oktober tot april. Dan hebben tuinvogels de meeste moeite om voedsel te vinden en verbruiken ze veel energie om warm te blijven. In het broedseizoen kun je blijven voeren, maar met mate en met minder vetvoer. In de zomer kun je een paar haken leeg laten en de rest kleine porties geven, zodat het voer vers blijft. Zie je ratten of muizen onder het station, voer dan tijdelijk minder en ruim gemorst voer op.
Hoe houd je het voederstation schoon?
Maak de houders die aan de haken hangen elke twee weken schoon en veeg het station zelf af. Ruim de doppen en kruimels op de grond eronder regelmatig op; daar komen anders muizen en ratten op af. Eens per seizoen neem je alles af met heet water en een borstel, zonder schoonmaakmiddel, en controleer je of de haken nog stevig zitten. Een wankel station schrikt vogels af, dus zet hem na het schoonmaken weer goed vast.
Tip van LutoPets: hang de eerste week alleen een mezenbol en een pindasilo aan de voederhanger en laat twee haken leeg. Mezen vinden vet en pinda's het snelst. Zodra ze de plek kennen, voeg je de andere artikelen toe; ze ontdekken die dan binnen een dag.
Dit voederstation met vier enkele haken is er voor wie silo's, vetbollen en pinda's op één plek wil aanbieden. Met een paar houders en een schaal water eronder heb je een vaste voederplek waar mezen, mussen, vinken en spechten de hele winter blijven komen.